Rijbaanregels

Rijbaanregels

  1. Met het betreden van de rijbakken wordt de gebruiker geacht kennis te hebben genomen van de rijbaanregels en daarnaar te handelen.
  2. Het dragen van een goed passende veiligheidshelm die voldoet aan CE/EN 1384 is voor alle ruiters en menners, en eenieder die zich op een menwagen bevindt, verplicht.
  3. Van het dragen van een veiligheidshelm zijn alleen uitgezonderd:
    • Ruiters die met hun combinatie startgerechtigd zijn in klasse Z
    • Meerderjarige menners en hun groom(s) die met hun combinatie uitkomen in de discipline dressuur.
    • Aangewezen instructeurs die in het kader van instructie meerijden tijdens de discipline mennen, dressuur.
    • Meerderjarige westernruiters voor zover zij voldoen aan artikel 303.1 van het FEI regelement Reining.
    • Personen die op grond van een medische beperking geen veiligheidshelm kunnen dragenDeze uitzonderingsbepaling geldt alleen, voor zover een volledig ondergetekende vrijwaringsverklaring beschikbaar is.De instructeur of stalmeester kan afhankelijk van de omstandigheden alsnog het dragen van een veiligheidshelm verlangen.Het niet dragen van een veiligheidshelm is op eigen risico, de manege kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
  4. Tijdens wedstrijden geldt voor het dragen van de veiligheidshelm het van toepassing zijnde wedstrijdreglement.
  5. De kleding moet goed passend zijn, bij het rijden moet geschikt schoeisel worden gedragen, dit ter beoordeling van de verantwoordelijke instructeur.
  6. Instructie (waaronder wordt verstaan het geven van rijtechnische aanwijzingen) wordt alleen gegeven door instructeurs die daartoe gekwalificeerd zijn bevonden door de stalmeester.
  7. Het is verboden voor toeschouwers om tijdens de lessen in de rijbakken te staan, behalve op aanwijzing van de instructeur.
  8. Behoudens de ruiters en de instructeurs die aan de lessen deelnemen mag niemand zich met de gang van zaken in de lessen bemoeien.
  9. Ruiters en menners rijden alleen met een harnachement en materiaal dat van goede kwaliteit is, en regelmatig gecontroleerd wordt op gebreken en slijtage.
  10. Combinaties houden rekening met elkaar en geven elkaar ongevraagd de ruimte, ervaren combinaties houden daarbij rekening met minder ervaren. De volgende basisregels gelden:
    • De combinatie die op de linkerhand rijdt heeft bij het elkaar.
    • Passeren voorrang op de hoefslag.
    • Diegene die op dezelfde hand een snellere gang heeft of zijgangen rijdt heeft altijd voorrang.
    • Het springen over een hindernis moet worden aangekondigd met “sprong vrij”.
    • Het voornemen de bak te verlaten of te betreden moet worden aangekondigd door een luid “deur vrij”.
    • Op- en afstijgen gebeurt op de AC-lijn , paarden staan hierbij met het hoofd in dezelfde richting. Of op aanwijzing van de instructeur.
  11. Alcoholgebruik voor of tijdens het rijden is niet toegestaan.
  12. Een ruiter of menner die alléén gebruik maakt van de rijbaan meldt zich aan en af bij andere aanwezigen of bij de stalmeester (tel: 06-47199309).
  13. Behalve bij het binnenkomen en verlaten van de rijbaan is deze gesloten.
  14. De rijbakken dienen door de gebruikers te worden achtergelaten in de staat waarin zij werden aangetroffen. Mest moet worden opgeruimd.
  15. Bij een calamiteit heeft de instructeur de leiding , indien mogelijk worden de paarden stilgezet op de AC lijn.
  16. De rijbakken kunnen worden gedeeld ten behoeve van meerdere gebruikers, ook dan houden gebruikers rekening met elkaar.
  17. Longeren in de rijbakken is alleen toegestaan als er geen andere gebruikers zijn, of als de bak is gedeeld, en als niet voortdurend in hetzelfde “spoor” wordt gelongeerd.
  18. Voor het loslaten / rollen van paarden in rijbakken moet toestemming worden gevraagd aan de stalmeester.
  19. Waar deze rijbaanregels niet voorzien besluit de stalmeester.